Onze voorzitter Marcel Franckson is op 12 februari 2018 van ons heengegaan.
Hulde uitgesproken door onze secretaris Patrick Guerisse tijdens de uitvaartplechtigheid op zaterdag 17 februari.
‘Beste Martial,
Zes jaar geleden was jij de providentiële man die werd gevraagd om de Verbroedering van de Agenten-parachutisten te leiden. Een parachutesprong stond niet op jouw palmares als strijder voor de vrijheid, maar je belichaamde toen de onberispelijke verzetsman, de enige persoonlijkheid die de verdeeldheid binnen onze Verbroedering kon overbruggen.
Tijdens die zes jaar konden wij jouw helderziendheid, natuurlijke gezag en vriendschap waarderen. Je buitengewone dagelijkse moed om aan onze activiteiten deel te nemen, was op zichzelf een voorbeeld.
We zullen je herinneren als een man die trots was op zijn waarden en vastberaden in zijn principes, en die in de herfst van zijn leven uitgroeide tot de vaderlijke verbinder en wijze raadgever die wij met trots onze metgezel noemden. Je enige echte gebrek was je bescheidenheid.
Dank je, Martial, voor de jaren aan jouw zijde.’
Hommage gebracht tijdens de uitvaart door een vertegenwoordiger van de groep Hotton.
“Jean, René, Marcel Franckson, bijgenaamd Butch, Ulysses en later Martial, werd geboren te Brussel op 27 april 1922. Hij is de tweede zoon van een Luikse familie, waarvan de vader in 1940 de functie van hoofdingenieur bij de NMBS bekleedde.
De vader, een verdediger van de grote waarden van het humanisme, koesterde een onwankelbare gehechtheid aan de vrijheid, waarvoor hij zich in 14-18 had ingezet. Als man van grote verdraagzaamheid had hij zijn twee zonen niettemin een absolute onverzettelijkheid bijgebracht tegenover elke aantasting van deze vrijheid en de menselijke waardigheid.
Geconfronteerd met de nazi-agressie was het engagement van de familie onmiddellijk.
Nadat hij in 1939 op 17-jarige leeftijd was begonnen aan de eerste kandidatuur geneeskunde aan de ULB, maakte Martial er deel uit van de groep studenten uit verschillende faculteiten die in oktober 1940 het ‘Comité de Surveillance’ oprichtten. De sluiting van de universiteit in november 1941 versterkte zijn keuze voor directe actie tegen de bezetter. Vanaf dat moment legde hij zich toe op de selectie onder zijn kameraden van hen die hij klaar achtte voor de clandestiene strijd.
Hij is 20 jaar oud. Iedereen die hij rekruteert, wordt getroffen door zijn scherpe geest en de rustige kracht die van hem uitgaat. Zijn menselijke warmte en zijn gemoedelijkheid verhullen nauwelijks de voortdurend alerte reflectie van een geducht analist.
Zijn tocht leidt hem in ’42 en ’43 met zijn eerste makkers via een zware stedelijke guerrilla naar de oprichting van maquis in de Hoge Ardennen en vervolgens op verschillende beboste locaties in de Thiérache. Vanuit deze boskampen zal hij met zijn groep een vakkundig georganiseerde en meedogenloze gewapende strijd voeren.
De arrestatie van zijn vader berooft hem van een betrouwbare raadgever en het is dan ook alleen dat hij op 22-jarige leeftijd de enorme verantwoordelijkheid op zich neemt om een relatief uitgestrekt netwerk te leiden. In ’44 maakt de fusie met de missie Hotton, die hem een grote autonomie liet, van zijn troep een van de erkende gewapende armen van de SOE.
Gedurende al die jaren organiseerde hij, louter vertrouwend op de inzet van zijn mannen, op methodische wijze de financiering, de bewapening, het transport, de veiligheid en de guerrillatraining. Iedereen die met hem heeft samengewerkt, erkent zijn superieure intelligentie, zijn uitzonderlijke geheugen en zijn grote belezenheid, maar vooral een diep menselijk inzicht dat van hem een onbetwiste leider maakte. Zich bewust van zijn verantwoordelijkheid voor het leven van zijn manschappen, bereidde hij elke operatie tot in het kleinste detail voor, terwijl hij hen eraan herinnerde dat vuur, durf en snelle reflexen hun beste waarborgen waren om in leven te blijven.
Tijdens al deze jaren zou Marcel Franckson ook een van de meest gezochte mannen zijn door alle Duitse politiediensten, van België tot aan de Spaanse grens.
Op 4 september 1944 werd hij, zonder ooit militaire dienst te hebben vervuld, benoemd tot reserve-luitenant en toegevoegd aan de generale staf van de Binnenlandse Strijdkrachten te Namen.
De lange strijd die Martial en zijn kameraden vanaf 1940 hebben gevoerd, en in het bijzonder de spectaculaire resultaten behaald door Groep D van de Dienst Hotton, werden na de Bevrijding bijzonder gewaardeerd door de Belgische autoriteiten en in het bijzonder door de vertegenwoordigers van de SOE.
Onder de talrijke eretekens die hem werden toegekend als erkenning voor zijn opmerkelijke staat van dienst, bevinden zich:
Commandeur in de Orde van Leopold II met palm.
Het Oorlogskruis met palm.
De King’s Medal for Courage in the Cause of Freedom, doorgaans de George Medal genoemd.
Hij was toen 23 jaar oud.
Tot aan zijn laatste dag en net zoals in het verleden, heeft Marcel Franckson altijd beschouwd dat zijn mooiste beloning lag in de trouw en genegenheid van zijn vroegere kameraden, die rondom hem de geest van de oude bende levend hielden.
In 1945 hervatte hij zijn medische studies, die hij afrondde met een specialisatie in de interne geneeskunde. Na een loopbaan als onderzoeker in de endocrinologie aan de ULB, werd hij benoemd tot hoofd van het Laboratorium voor Medische Chemie van een universitair ziekenhuiscentrum en belast met het onderwijs in dit vakgebied aan de universiteit. Naast deze functies hield hij zich bezig met beleids- en beheersvraagstukken binnen de Brusselse universitaire ziekenhuizen, bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) en bij het Ministerie van Volksgezondheid.”